Journalistieke beeldverhalen: Hoe betrekken we tieners bij onafhankelijk nieuws?

Jonge kinderen kijken naar het jeugdjournaal en lezen Kidsweek. Volwassenen kijken het Achtuurjournaal, lezen kranten en volgen online nieuwskanalen. Daartussenin zit een groot gat, waarin tieners buiten hun eigen sociale media-bubbel weinig tot niet betrokken worden bij het nieuws. Nieuwsorganisaties worstelen hier dan ook mee. Onze onderzoeker Winnifred Wijnker kijkt samen met collega-onderzoeker Sanne Tamboer (Universiteit van Wageningen) naar dit probleem, en verkent hoe journalistieke beeldverhalen een rol kunnen spelen om tieners meer te betrekken bij het nieuws.

Hi Winnifred! Om te beginnen: Kun je me uitleggen waarom het zo belangrijk is dat jongeren betrokken worden bij onafhankelijk nieuws?

Nou, daar zit een groter probleem achter en dat hangt vast aan de vraag waarom journalistiek belangrijk is. We hebben een democratische samenleving waarin mensen goed geïnformeerd moeten worden om daaraan te kunnen deelnemen. Om maatschappelijk betrokken burgers te hebben, moet er een goede onafhankelijke informatievoorziening zijn die iedereen bereikt. Als alle jongvolwassenen daar niet in meegenomen worden, gaat die voorziening vergrijzen en dat heeft grote gevolgen. Dan hebben sociale media vrij spel en is het moeilijk om nog te bepalen wat betrouwbaar nieuws is.

Hoe proberen nieuwsorganisaties dit te voorkomen?

Het moeilijk bereiken van die jongere generaties is al een tijdje een bekend probleem bij nieuwsorganisaties. Veel nieuwsplatforms hebben al ideeën bedacht om die jongere generaties weer aangehaakt te krijgen. Vaak zijn die manieren gericht op Gen Z’ers (18 tot 25 jaar), om die doelgroep maatschappelijk betrokken te krijgen. Nieuwsplatforms gaan bijvoorbeeld meer met video doen en zijn actief op sociale media.

Zoals de NOS met NOS Stories doet bijvoorbeeld.

Klopt, Stories is één van de weinige nieuwsplatforms die zich richt op een doelgroep vanaf 13 jaar. De vraag is wel: in hoeverre bereiken ze die doelgroep ook echt? Zijn er brugklassers en tweedejaars middelbare scholieren die naar Stories kijken? Dat zou interessant zijn om te onderzoeken. Ik heb dit zelf nog niet aan NOS Stories kunnen vragen, maar mijn vermoeden is dat dat niet hun grootste publiek is en dat daar vanaf 17/18 jaar meer naar wordt gekeken.

 

De website van NOS Stories, waar onder andere aandacht wordt besteed aan eindexamens (Bron: NOS Stories)

Een dertienjarige heeft in de meeste gevallen meer restricties op zijn/haar telefoongebruik dan een zestienjarige bijvoorbeeld. En op scholen worden tegenwoordig ook mobiele telefoons geweerd. Dus die jongere doelgroep kan ook niet altijd even goed bij dit soort nieuws. Daarbij komt ook nog dat ouders zich steeds bewuster worden van effecten van sociale media en telefoongebruik, en dit willen uitstellen. De wetgeving gaat hier ook steeds meer in mee. Dus de vraag is of een online platform om tieners te bereiken de juiste aanpak is.

Naast NOS Stories zijn er wel meer initiatieven die het gat tussen het jeugdjournaal en volwassen nieuws hebben geprobeerd te vullen. Zo heeft DPG Media bijvoorbeeld het nieuwsmerk ‘7Days’ opgezet, als opvolger van Kidsweek. Dit merk, bestaand uit een online platform, socials en een krant, was er speciaal voor tieners. Maar 7Days werd in 2020 opgeheven.

Het is natuurlijk ook een commercieel probleem voor veel mediabedrijven, zoals bijvoorbeeld DPG. Nieuwsorganisaties willen jongeren bereiken, maar de manier waarop ze dit doen moet vaak wel geld opleveren. En achter nieuws op media waarop deze doelgroep veel te vinden is, zit vaak nog geen verdienmodel.

Dus jongeren lezen steeds minder en vooral jonge tieners kunnen niet altijd bij online nieuwskanalen. En jij ziet journalistieke beeldverhalen als mogelijkheid om onafhankelijk nieuws toegankelijker te maken voor deze doelgroep. Waar moet ik aan denken bij journalistieke beeldverhalen?

Een klassiek voorbeeld hiervan is een stripverhaal. Dat jongeren daardoor worden aangesproken klinkt best logisch; leg een boek en een Donald Duck voor de neus van een tiener en deze zal ongetwijfeld voor het stripverhaal gaan. Visuele media doen het gewoon beter bij deze doelgroep dan een geschreven tekst. Het is interessant om te gaan kijken naar wat het is in beeldverhalen dat ervoor zorgt dat dit aantrekkelijk is voor deze doelgroep. Het is belangrijk dat we weten wat werkt voor jonge tieners (in mijn onderzoek richt ik me op twaalf tot zestienjarigen). Denk bijvoorbeeld aan de tekenstijl, het taalgebruik en de onderwerpkeuze.

Nu is een strip een bekend en makkelijk te visualiseren voorbeeld, maar een beeldverhaal kan ook net iets anders zijn dan een stripboek zoals we dat kennen. Je zou bijvoorbeeld ook kunnen denken aan één illustratie waar flarden van tekst op staan, zonder chronologie of leesrichting. Een soort ‘verken-plaat’ eigenlijk. Bij zo’n afbeelding kun je zelf bepalen wat je eraan interesseert en welk deel je wil lezen. Ik ben heel benieuwd hoe zo’n vorm zou worden ontvangen door tieners.

In Nederland zie je dit niet veel, maar in België en Frankrijk is de combinatie van stripverhalen en journalistiek minder zeldzaam. In België doet het magazine Apache bijvoorbeeld aan stripjournalistiek, en in Frankrijk maakt de TOPO beeldverhalen voor jongeren. Waarom zien we in Nederland maar zelden die combinatie tussen bijvoorbeeld stripverhalen en journalistiek?

Dat komt toch doordat de stripcultuur zich in Nederland anders heeft ontwikkeld dan in België en Frankrijk. In Nederland hebben we daar altijd een komische connotatie bij. Het is niet serieus, en wanneer je een strip in een krant tegenkomt dan is dat meestal voor satire. Blijkbaar is het cultuurafhankelijk hoe we tegen die strips aankijken, want in België en Frankrijk hebben stripverhalen zich volwassener ontwikkeld en worden ze door een breed publiek geaccepteerd.

Links: Het Belgische magazine ‘Apache’, gevuld met journalistieke beeldverhalen. Rechts: Een digitale strip van Follow The Money, die bestaat uit één tekening per pagina, waar je doorheen kunt klikken.

Wat wel interessant is, is dat Nederlandse media tegenwoordig wel proberen om ook non-satirische strips te publiceren. Vaak zijn dat opiniestukken, maar het neigt wel naar nieuws toe. De afgelopen maanden zag ik hiervan voorbeelden in de Volkskrant of op Follow The Money. Daarbij komt ook dat de graphic novel in Nederland terrein wint. Dat is een soort stripverhaal, maar dan meer voor literaire boeken. Hieraan is ook te zien dat de opvattingen over wat literatuur is, en wat een goede manier is om een verhaal te vertellen, aan het veranderen is.

Ik hoor eigenlijk een hele hoop interessante facetten in dit hele verhaal: De effectiviteit van beeldverhalen, de zoektocht van media in het bereiken van jongere generaties, enzovoort. Met welke vraag ga jij van start met jouw onderzoek?

Wat ik graag zou willen weten is hoe het gat in nieuwsvoorziening voor tieners het beste te vullen is. Wat is een goede manier van nieuwsaanbod voor deze doelgroep? Dat klinkt als een concrete vraag, maar dat is het niet. Er moet namelijk nog gedefinieerd worden wat ‘goed’ is. Dus waar ik in mijn zoektocht mee begin is wat de behoefte is van tieners als het gaat om nieuwsgaring. Nu is er al wel onderzoek gedaan naar nieuwsbehoeften van jongeren, maar ik wil dat nog verder specificeren naar tieners en dan ook onderscheid maken in verschillende soorten tieners. We zouden dan bijvoorbeeld kunnen differentiëren op opleidingsniveau, maar misschien is dat wel helemaal niet relevant en is er onderscheid nodig over andere assen.

Zodra we weten wat die behoefte is, kunnen we gaan kijken hoe we dit willen invullen en vorm kunnen geven. Dat zouden we graag willen doen met grafische journalisten en illustratoren, maar zeker ook met die tieners zelf erbij. Die kunnen dan directe feedback geven in het ontwikkelproces.

Na verloop van tijd hebben we op die manier hopelijk een aantal verhalen gemaakt, die we samen met tieners kunnen evalueren. Wat doen de verhalen met ze? Wat kan nog beter? Die bevindingen nemen we dan mee tijdens het maken van volgende verhalen, zodat deze steeds beter aansluiten bij de doelgroep.

Verder is het tijdens dit hele proces interessant om te kijken hoe we deze verhalen willen aanbieden. Enerzijds moeten we dan kijken op welk medium we dit willen doen (online platform, in een app, krantje of stripboek). Maar het is ook belangrijk om te kijken wie het gaat aanbieden. Want wie jou de boodschap brengt, doet iets met hoe je het verhaal ontvangt als lezer. Scholen zouden daar een rol in kunnen spelen, maar werkt dat het beste voor de doelgroep? Kortom, er is genoeg om te onderzoeken en ik kijk er enorm naar uit om dieper te duiken in dit thema!